De laatste aanpassing van het huishoudelijk reglement op de begraafplaatsen dateert van 16 december 2013.
In het kader van het verbeteren van het gemeentelijke begraafplaatsenbeleid is het nodig om enkele wijzigingen op te nemen in het huishoudelijk reglement.
Ondertussen zijn er op de 11 begraafplaatsen herinrichtingen gebeurd waarbij onder andere een ander concept voor de herdenkingsplaatjes na asverstrooiing werd uitgewerkt. Daarnaast is er ook meer aandacht voor de aanleg van een symbolische sterrenweide en sterrenregister en wordt er ook rekening gehouden met de vraag om niet-concessiegraven met een termijn van 20 jaar toch om te zetten naar een beperkt concessiegraf van 30 jaar te rekenen vanaf de datum van overlijden.
Decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging zoals tot op heden gewijzigd
Besluit van de Vlaamse regering van 14 mei 2004 tot organisatie, inrichting en beheer van begraafplaatsen en crematorium
Besluit van de Vlaamse regering van 21 oktober 2005 tot bepaling van de voorwaarden waaraan een doodskist of een ander lijkomhulsel moet beantwoorden
Besluit van de Vlaamse regering van 24 februari 2006 tot vaststelling van de wijzen van lijkbezorging, de asbestemming en de rituelen van de levensbeschouwing voor de uitvaartplechtigheid die kunnen opgenomen worden in de schriftelijke kennisgeving van de laatste wilsbeschikking die aan de ambtenaar van de burgerlijke stand kan overgemaakt worden
De gemeenteraad besluit de volgende wijzigingen door te voeren aan het huishoudelijk reglement op de begraafplaatsen:
De gemeenteraad besluit de geconsolideerde tekst van het huishoudelijk reglement op de begraafplaatsen goed te keuren als volgt:
HUISHOUDELIJK REGLEMENT
Hoofdstuk 1: Algemeenheden
Artikel 1.1
In de gemeente kan op de hiernavolgende begraafplaatsen begraven worden:
Artikel 1.2
Onder 'begraving' wordt verstaan:
Artikel 1.3
Het gemeentebestuur beslist over de dag en het uur van de begraving.
De begravingen of bijzettingen van asurnes en asverstrooiingen zijn mogelijk op:
Voor begravingen van stoffelijke overschotten in volle grond gelden volgende uren van begraving:
Artikel 1.4
Behoudens de wettelijke bepalingen, voorzien in het decreet, is de manier van teraardebestelling, zoals vermeld bij de aangifte, definitief.
De volgorde van de begravingen en de bijzettingen wordt bepaald door het gemeentebestuur, meer bepaald door het college van burgemeester en schepenen, op voorstel van team Openbaar Domein en Groen.
Enkel de daartoe door het gemeentebestuur aangestelde personen zijn gemachtigd begravingen uit te voeren.
De as wordt uitgestrooid door de begrafenisondernemer onder toezicht van een gemeentelijke aangestelde of door de gemeentelijke aangestelde.
Artikel 1.5
Kinderen en stilgeboren kinderen kunnen als volgt begraven worden:
Stilgeboren kinderen kunnen begraven worden in de gemeente waar de ouders hun domicilie hebben of waar het kindje geboren is.
Er is een symbolisch sterrenregister waarin alle sterrenkindjes ongeacht de zwangerschapsduur kunnen worden opgenomen. De registratie in het sterrenregister heeft geen juridische gevolgen en kent enkel een symbolische waarde.
Artikel 1.6
Een stoffelijk overschot wordt begraven in een kist of in een lijkwade.
Een kist moet beantwoorden aan de voorwaarden bepaald in het uitvoeringsbesluit van 21 oktober 2005.*
Een lijkwade is een lijkomhulsel dat in de plaats van een doodskist wordt gebruikt bij de lijkbezorging. Een lijkwade moet beantwoorden aan de voorwaarden bepaald in het uitvoeringsbesluit van 21 oktober 2005.*
*Belgisch Staatsblad, publicatie 15 december 2005. Besluit van de Vlaamse Regering tot bepaling van de voorwaarden waaraan een doodskist of een ander lijkomhulsel moet beantwoorden.
Artikel 1.7
De rouwenden kunnen bij het gehele verloop van de begrafenis aanwezig zijn.
De aanwezigheden, bij het dichten van de grafput, worden beperkt tot maximum 10 personen.
Artikel 1.8
Boven de bovenste doodskist of lijkwade bevindt zich een laag grond van ten minste 65 cm.
Er mogen geen nieuwe grafkelders worden geplaatst.
Artikel 1.9
In de in artikel 1.1 opgesomde begraafplaatsen kunnen begraven of bijgezet worden:
a) Inwoners en hiermee gelijkgestelde niet-inwoners, nl:
b) Alle andere categorieën van niet-inwoners van de gemeente Heist-op-den-Berg dan hiervoor vermeld onder artikel 1.9.a betalen een extra belasting om begraven te worden zoals bepaald in het retributiereglement begraafplaatsen.
Hoofdstuk 2: Niet-geconcedeerde percelen
Artikel 2.1
Een niet-geconcedeerd graf moet minstens 20 jaar bewaard worden.
Het is verboden meer dan 1 stoffelijk overschot in 1 graf te begraven.
Slecht 1 asurne per urnenveld of nis is toegelaten.
Voor de niet-geconcedeerde begravingen is een omzetting naar een begraving in een concessie niet toegelaten, met uitzondering van een eenmalige aankoop van een concessie van 30 jaar, te rekenen vanaf datum overlijden om het graf nog 10 jaar te bewaren indien het anders ontruimd zou worden na 20 jaar.
Artikel 2.2
Wanneer niet-geconcedeerde gronden moeten worden ontruimd, dan zal een afschrift van de beslissing tot ontruiming gedurende 1 jaar voor het vervallen van begravingstermijn bekendgemaakt worden:
De belanghebbenden zullen, te rekenen vanaf de datum van de bekendmaking bedoeld in vorige alinea, beschikken over een termijn van 1 jaar om de graftekens weg te nemen.
Na die termijn worden zij van ambtswege verwijderd, en worden ze eigendom van de gemeente. Het college van burgemeester en schepenen beslist over de bestemming van deze materialen.
Voor de ruiming van een niet-geconcedeerd perceel wordt een draaiboek gevolgd.
Hoofdstuk 3: Concessies
Artikel 3.1
Zolang de omvang van de begraafplaatsen dit mogelijk maakt, worden concessies verleend voor het begraven van stoffelijke overschotten en asurnen en voor het bijzetten van asurnen, volgens de tarieven opgenomen in het gemeentelijk retributiereglement begraafplaatsen.
Een concessie wordt toegekend voor maximum 3 personen.
Bij verlenen van een concessie op een perceel grond wordt aan verkrijger (concessiehouder) een perceel ter beschikking gesteld van 2 m² per persoon.
In een geconcedeerd perceel op het urnenveld kunnen maximum 3 urnen geplaatst worden.
Voor een geconcedeerde bezetting van 3 urnen in een columbarium, dient men 2 nissen te gebruiken.
Artikel 3.2
§1. Er kunnen geen concessies verleend worden voor het overlijden, behoudens in het kader van een dubbele of drievoudige concessie, waarbij de toegewezen plaats onmiddellijk benut wordt voor een overleden persoon en de tweede of derde voorbehouden wordt aan:
Betreffende de tweede en de derde optie moeten de nodige bewijsstukken worden voorgelegd.
Artikel 3.3
Behoudens de reeds toegekende eeuwigdurende concessies en de overige toegekende concessietermijnen, worden vanaf heden de hiernavolgende termijnen toegepast:
Concessie voor 1 persoon
Een concessie voor 1 persoon wordt verleend voor een periode van 40 jaar, die aanvangt op datum van overlijden.
Op schriftelijk verzoek en voor het verstrijken van de oorspronkelijk toegekende concessietermijn, kan de enkelvoudige concessie hernieuwd worden met een periode van 10 jaar, die aanvangt op datum van einde concessie.
Concessie voor 2 personen
Een concessie voor 2 personen wordt verleend voor een periode van 40 jaar, die aanvangt op datum van tweede overlijden.
Op schriftelijk verzoek en voor het verstrijken van de tweede concessietermijn, kan de concessie hernieuwd worden met een periode van 10 jaar, die aanvangt op datum van einde concessie.
Concessie voor 3 personen
Een concessie voor 3 personen wordt verleend voor een periode van 40 jaar, die aanvangt op de datum van het derde overlijden.
Op schriftelijk verzoek en voor het verstrijken van de derde concessietermijn, kan de concessie hernieuwd worden met een periode van 10 jaar, die aanvangt op datum van het einde concessie.
Retroactieve concessie van 30 jaar
Eenmalige retroactieve concessie voor 1 persoon van 30 jaar te rekenen vanaf datum van overlijden voor een niet-concessiegraf als dit na 20 jaar ontruimd zou worden.
Deze concessie kan niet opnieuw verlengd worden na de concessietermijn van 30 jaar.
Artikel 3.4
De voorafgaande schikkingen omtrent de duur en de hernieuwing van de concessies doen geen afbreuk aan het recht op kosteloze hernieuwing van de reeds eerder toegekende eeuwigdurende concessies, zoals voorzien in de wet van 21 juli 1971.
Artikel 3.5
De concessies worden aangevraagd bij het college van burgemeester en schepenen, door middel van het voorziene modelformulier.
Artikel 3.6
Het college van burgemeester en schepenen wordt gemachtigd om de concessies te verlenen, conform de modaliteiten van het huishoudelijk reglement en conform het tariefreglement.
Artikel 3.7
In geval van terugneming van een perceel wegens openbaar belang of dienstnoodwendigheden, kunnen de concessiehouders geen aanspraak maken op enige vergoeding. Zij hebben slechts het recht op het kosteloos bekomen van een perceel of een nis van dezelfde afmetingen op een ander deel van de begraafplaats of een andere gemeentelijke begraafplaats, tot het einde van de reeds toegekende concessietermijn.
Artikel 3.8
Op schriftelijk verzoek van ieder belanghebbende kan het college van burgemeester en schepenen een concessie voortijdig beëindigen.
De aanvraag tot voortijdige beëindiging van de concessie wordt gedurende een termijn van 1 jaar aangeplakt aan de ingang van de begraafplaats en aan het desbetreffende perceel.
Bezwaren tegen een aanvraag tot voortijdige beëindiging moeten schriftelijk worden ingediend bij het college van burgemeester en schepenen.
Bij een voortijdige beëindiging van de concessie kan het betaalde concessiebedrag noch geheel, noch gedeeltelijk teruggevorderd worden.
De concessie vervalt eveneens voortijdig twee jaar na de verwijdering van de asurne onder de voorwaarden van artikel 24bis van het decreet van 16 januari 2004.
Hoofdstuk 4: Percelen - Afmetingen Grafmonumenten - Graftekens - Gedenkplaten - Beplantingen - Onderhoud
Artikel 4.1
Op de begraafplaatsen zijn afzonderlijke parken voorzien voor de begraving van lijken of asurnen voor volwassenen en voor kinderen tot 12 jaar.
Voor bijzettingen in de columbaria wordt het onderscheid tussen volwassenen en kinderen niet gemaakt.
Voor een concessie van 2 personen in het columbarium wordt 1 nis voorzien.
Artikel 4.2 - afmetingen
Het plaatsen van dekstenen (horizontaal liggende platen) wordt niet toegelaten.
De afmetingen van het grafmonument zijn als volgt:
1. Enkele graven:
2. Dubbele graven:
3. Park voor kinderen tot 12 jaar: rechtstaande gedenkstenen of kruisen: 0.60 m hoog (vaste maat) te meten vanaf de bodemplaat - 0.40 m breed (max) - 0.15 m dik (max).
De bodemplaat en de eventuele sokkel dienen geplaatst te worden in de aangegeven lijnrichting.
In de parken met een helling moet de bodemplaat verplicht mee hellen.
Indien er geen gedenksteen geplaatst wordt dient de plaats waar normaal de bodemplaat zou komen te liggen te worden afgeboord met een duurzame kantsteen. Deze afboording dient min. 10 cm breed te zijn en dient op gelijke hoogte te worden aangebracht met het achterliggend klinkerpad.
Teneinde vergissingen te vermijden (aangegeven lijnrichting, afmetingen, openlaten plaatsen, …) dient steeds contact opgenomen worden met de medewerkers van team Openbaar Domein.
De keuze van materialen voor het optrekken van grafmonumenten is vrij.
Artikel 4.3 - beplantingen
Het gras voor het gedenkteken moet ongehinderd kunnen gemaaid worden. Putten maken of het leggen van bloempotten, zodat het gras verstikt, is verboden.
Ieder voorwerp geplaatst op de bodemplaat van de zerk in een vlak loodrecht gezien op de bodemplaat moet minstens 5 cm verwijderd zijn van de rand van de bodemplaat, teneinde het machinaal afrijden van het gras niet te bemoeilijken.
De beplantingen op de graven mogen de buitenafmetingen van het grafmonument niet overschrijden. Het is verboden deze aanplantingen hoger dan 0,75 m te laten groeien. Het is verboden om hoogstammige bomen op of rond een grafmonument te plaatsen.
De beplantingen die de doorgang of het uitzicht verhinderen, worden ambtshalve verwijderd.
Verwelkte beplanting wordt ambtshalve verwijderd.
Artikel 4.4 - urnenveld
Voor begravingen op een urnenveld dient de grafsteen te bestaan uit een platliggende dekplaat. De dekplaat of gedenkplaat in graniet moet een lengte van 0,70 m, een breedte van 0,70 m en een dikte van 3 cm hebben voor één begraving. Het grafteken wordt gelijk met het maaiveld geplaatst.
Op de dekplaat mag geen enkele vaste verbinding gezet worden op minder dan 5 cm van elke rand.
Er mag geen enkele vaste verhoging geplaatst worden op de dekplaat.
Artikel 4.5 - columbarium
In de columbaria dienen de asurnen eveneens in afzonderlijke nissen geplaatst welke nadien hermetisch worden afgesloten door gedenkplaten in zwart gepolijst graniet welke door team openbaar domein beschikbaar gesteld worden. De vergoeding voor deze gedenkplaat in zwart gepolijst graniet wordt vastgesteld in het retributiereglement begraafplaatsen.
Op deze platen mogen grafschriften worden aangebracht.
De keuze van de materialen die hiervoor in aanmerking komen is volkomen vrij evenals de aard van de vermeldingen, voor zover deze niet strijdig zijn met de openbare orde of de goede zeden.
De aangebrachte versiering op de afdekplaten van de columbaria mag niet hinderend zijn voor de aanpalende nissen. De gebruikte materialen moeten roestvrij zijn. De versiering mag enkel op de linkerzijde bevestigd worden door middel van een inox-dopmoer.
Afwijkingen op deze regelgeving worden ambtshalve verwijderd.
Artikel 4.6 - herdenkingsteken bij asverstrooiing
De vorm en het materiaal van de herdenkingstekens worden bepaald door het gemeentebestuur.
Er mogen maximum drie tekstlijnen worden ingegraveerd nl.
De bevestiging van de herdenkingstekens wordt uitgevoerd door technisch personeel van de gemeente.
Het herdenkingsteken zal minimum 10 jaar bevestigd blijven te rekenen vanaf de aanvangsdatum en mag na deze periode automatisch door team openbaar domein verwijderd worden.
De vergoeding voor het herdenkingsteken, het graveren en plaatsen wordt vastgesteld in het retributiereglement begraafplaatsen.
Artikel 4.7 – herdenkingsplaatje bij ontruiming
Vanaf 1 januari 2001 wordt de mogelijkheid geboden aan de nabestaanden van de overleden personen waarvan het graf verwijderd is, om een gratis herdenkingsplaatje aan te brengen op een herdenkingszuil. Het graveren van de herdenkingsplaatjes gebeurt in opdracht van het gemeentebestuur. Het aanbrengen van de plaatjes gebeurt door team Openbaar Domein.
Er mogen maximum drie tekstlijnen worden ingegraveerd nl.
Het naamplaatje zal minimum 10 jaar bevestigd blijven te rekenen vanaf de aanvangsdatum en mag na deze periode automatisch door team openbaar domein verwijderd worden.
Artikel 4.8
Wanneer een begraving om gelijk welke reden ten einde loopt, worden de niet weggenomen graftekens en de nog bestaande constructies eigendom van de gemeente. Het college van burgemeester en schepenen bepaalt de bestemming van de grafmonumenten.
Hoofdstuk 5: Graven van lokaal historisch belang en monument Oud-Strijders
Artikel 5.1
Het college van burgemeester en schepenen bepaalt autonoom welke graven van historisch belang zijn.
Deze grafmonumenten worden gedurende 50 jaar bewaard. De termijn is verlengbaar.
Het onderhoud is ten laste van het gemeentebestuur.
Hoofdstuk 6: Ereparken
Artikel 6.1
Op het erepark kunnen overledenen begraven worden die zich verdienstelijk gemaakt hebben voor de gemeente. Bij betwisting omtrent een aanvraag tot begraving, beslist het college van burgemeester en schepenen.
De concessies worden getarifeerd overeenkomstig het gemeentelijk retributiereglement.
Artikel 6.2
Om op het park van de oud-strijders begraven te worden, moet de overledene voldoen aan de hierna volgende voorwaarden:
In het bezit zijn van
of
De concessies voor 1 persoon worden gratis verleend aan oud-strijders voor een periode van 40 jaar, die aanvangt op datum van overlijden.
Op schriftelijk verzoek en voor het verstrijken van de oorspronkelijk toegekende concessietermijn, kan voornoemde concessie gratis verlengd worden met een periode van 10 jaar, die aanvangt op datum van einde van de concessie.
Op de begraafplaatsen wordt eveneens een monument voorzien waarop de namen van oud-strijders vermeld staan die op de desbetreffende begraafplaats begraven liggen of ooit begraven lagen.
Artikel 6.3
Op het religieuzenpark wordt er, naar aanleiding van elke begraving, een concessie voor 1 persoon voor een periode van 40 jaar verleend, die aanvangt op datum van overlijden.
De concessies worden getarifeerd overeenkomstig het gemeentelijk retributiereglement.
Hoofdstuk 7: Slotbepalingen
Artikel 7.1
Alle niet in dit reglement voorziene gevallen worden beslecht door het college van burgemeester en schepenen, in zoverre zij niet door een wet, besluit of decreet aan een andere overheid worden toegewezen.
Artikel 7.2
Elke bij hoogdringendheid genomen beslissing van de burgemeester wordt ter kennis gebracht van het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 7.3
Dit huishoudelijk reglement op de begraafplaatsen vervangt het huishoudelijk reglement zoals het goedgekeurd werd in gemeenteraadszitting van 16 december 2013.