Op 17 december 2019 keurde de gemeenteraad het belastingreglement 'verwaarlozing' goed voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025. Het reglement wordt hernieuwd voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2032. Deze periode stemt overeen met de verdere duurtijd van de huidige legislatuur met twee extra jaren om de continuïteit te verzekeren.
De gemeente Heist-op-den-Berg wenst de verwaarlozing van woningen en gebouwen te voorkomen en bestrijden. Verwaarlozing van woningen en gebouwen op het grondgebied van de gemeente moet voorkomen en bestreden worden om de verloedering van de leef- en woonomgeving tegen te gaan. Het is nuttig om daarbij een geïntegreerd beleid te voeren ter bestrijding van leegstand en verwaarlozing van woningen en gebouwen.
Het verwerven van inkomsten via belastingen is noodzakelijk om de algemene uitgaven van de gemeente te financieren.
Registratie van verwaarloosde gebouwen en woningen
De gemeente kan zelf een register van verwaarloosde gebouwen en woningen bijhouden op grond van artikel 2.15. Vlaamse Codex Wonen.
De gemeente heeft op grond van boek 2, deel 2 besluit tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen ook de verplichting heeft om een register van verwaarloosde gebouwen en woningen bij te houden, aangezien zij aangesloten is bij een intergemeentelijk samenwerkingsverband ter ondersteuning van het lokaal woonbeleid (Kempens Woonplatform).
Het register van verwaarlozing is een nuttig monitoringsinstrument ten einde de verwaarlozing van gebouwen en woningen in kaart te brengen.
Boek 2, deel 2, titel 4 van de Vlaamse Codex Wonen bepaalt het decretale kader voor het register van verwaarloosde gebouwen en woningen; dat een gemeentelijke verordening daarnaast nadere materiele en procedurele regelen kan bepalen.
De door het college van burgemeester en schepenen met de opsporing van verwaarloosde gebouwen en woningen belaste personeelsleden bezitten de onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden, vermeld in artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
De gemeentelijke administratie beoordeelt de verwaarloosde toestand van een gebouw of een woning aan de hand van de indicaties in een technisch verslag. Dit kan leiden tot de opname in het register van verwaarloosde gebouwen en woningen.
Belasting van verwaarloosde gebouwen en woningen
De gemeente kan een heffing op verwaarloosde gebouwen en woningen innen op grond van de gemeentelijke fiscale autonomie.
Vrijstellingen in het reglement sluiten aan bij de noden en het beleid van de gemeente.
Verwaarlozing binnen het kern- en buurtwinkelgebied
Binnen het strategisch commercieel plan Heist-op-den-Berg, uitgevoerd door de provincie Antwerpen, dienst Economie & Internationale samenwerking en goedgekeurd door de gemeenteraad op 9 mei 2017, werden primaire kernwinkelgebieden en secundaire winkelgebieden voor de gemeente afgebakend. Het strategisch commercieel plan werd herzien en op 25 juni 2024 goedgekeurd door de gemeenteraad. Hierin wordt een onderscheid gemaakt tussen het 'kernwinkelgebied Centrum Heist-op-den-Berg' enerzijds, en de 'buurtwinkelgebieden' in de Heistse deelkernen anderzijds.
De gemeente wil vanuit het detailhandelsbeleid de handelaars kansen en ruimte bieden om te ondernemen. Het gemeentebestuur wil op deze wijze optimale omgevingsfactoren creëren om handelszaken een zo een interessant mogelijk toekomstperspectief te bieden. Een uitgewerkt detailhandelsbeleid biedt een kader, een houvast, voor iedereen die hiermee te maken heeft. Door de gemeente wordt een kernversterkend beleid met betrekking tot de kern- en buurtwinkelgebieden gevoerd. Als één van de belangrijkste actiepunten binnen het commercieel strategisch plan is het uitwerken van een leegstands- en pandenbeleid binnen deze zone.
Uit de recente studie binnen het strategisch commercieel plan blijkt dat het aantal leegstaande handelspanden in zowel het kleinstedelijk gebied Heist-op-den-Berg als in de deelgemeenten is toegenomen. Toch blijft het leegstandspercentage relatief beperkt. Echter, in het kader van pandenbeleid dragen niet alleen leegstaande panden maar ook verwaarloosde panden bij tot een negatieve perceptie van de omgeving. Er wordt dus terdege op gewezen om waakzaam te blijven en dit fenomeen van kortbij aan te pakken en op te volgen.
Niet alleen leegstand maar ook verwaarlozing in winkelstraten werkt storend en wekt onbehagen op bij bezoekers en winkeliers. Gezien de grote concentratie van winkelpanden in Heist-op-den-Berg, is ook daar de verwaarlozing binnen dit detailhandelsklimaat nefast.
Omwille van deze bijzondere problematiek wordt de belasting op verwaarloosde handelspanden verhoogd binnen de afgebakende zones binnen het kern- en buurtwinkelgebied van de gemeente.
De verhoging legt enerzijds extra druk bij de zakelijk gerechtigden om te zoeken naar een oplossing voor het verwaarloosde handelspand en vormt anderzijds ook een financiering voor de gemeente Heist-op-den-Berg om verder in te zetten op een kernversterkend beleid. Omwille van de bijzondere problematiek en een noodzakelijke economisch snellere aanpak wordt ook de termijn voor de ingang van de verwaarlozingsheffing beperkt binnen het kern- en buurtwinkelgebied. Verwaarloosde handelspanden oefenen al snel een negatieve invloed uit op het economisch klimaat.
Als gevolg van bovenstaande problematiek wenst de gemeente de zakelijk gerechtigden - in het bijzonder van gebouwen binnen het kern- en buurtwinkelgebied - sneller en zo snel als redelijkerwijze mogelijk aan te sporen om actie te ondernemen. Een termijn van zes maanden opname in het register verwaarloosde woningen en gebouwen wordt hierbij als redelijk beschouwd, waarna de eerste heffing op verwaarlozing verschuldigd wordt.
Artikel 41, §2, 14° van het decreet lokaal bestuur: de gemeenteraad is bevoegd voor het vaststellen van de gemeentebelastingen en het vaststellen van de machtiging tot het heffen van de retributies en de voorwaarden ervan, inclusief de verminderingen en vrijstellingen.
Artikel 40, §3 van het decreet Lokaal Bestuur: De gemeenteraad stelt de gemeentelijke reglementen vast. Met behoud van de toepassing van de federale wetgeving in verband met de bevoegdheid van de gemeenteraad om politieverordeningen vast te stellen, kunnen de reglementen onder meer betrekking hebben op het gemeentelijk beleid, de gemeentelijke belastingen en retributies, en op het inwendige bestuur van de gemeente.
Artikel 41, 162 en 170, §4 van de Grondwet
Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen
De Vlaamse Codex Wonen van 2021, zoals gewijzigd.
Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, zoals gewijzigd.
De gemeenteraad besluit voor een periode vanaf 1 januari 2026 en tot en met 31 december 2032 een belasting te heffen op verwaarlozing.
Artikel 1: Definities
Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:
2. HET REGISTER VERWAARLOOSDE WONINGEN EN GEBOUWEN
Artikel 2: Wijze van inventarisatie
§1. De gemeentelijke administratie houdt een register bij van verwaarloosde gebouwen en woningen.
§2. Een gebouw, ongeacht het een hoofd- en/of een bijgebouw betreft, ongeacht of het dienst doet als woning, wordt beschouwd als verwaarloosd, wanneer het ernstige zichtbare en storende gebreken of tekenen van verval vertoont aan buitenmuren, voegwerk, schoorstenen, dakbedekking, dakgebinte, buitenschrijnwerk, kroonlijst of dakgoten.
Ook een onafgewerkt gebouw of woning wordt beschouwd als verwaarloosd.
De administratie beoordeelt de verwaarlozing van een gebouw of een woning op basis van de indicaties in het technisch verslag, dat als bijlage bij dit reglement gevoegd is.
Bij de beoordeling geldt een indicatie van categorie I voor één punt, van categorie II voor drie punten en van categorie III voor negen punten.
Het gegeven dat het gebouw of de woning een ruïne, restant of onafgewerkt is, leidt tot een score van 9 punten (categorie III).
Er is sprake van verwaarlozing als de indicaties in het technisch verslag een eindscore opleveren van minimaal 9 punten.
§3. Een verwaarloosd gebouw of een verwaarloosde woning wordt opgenomen in het register van verwaarloosde gebouwen en woningen, aan de hand van een administratieve akte waarbij een fotodossier en het technisch verslag, met vermelding van de elementen die de verwaarlozing staven, gevoegd worden.
De administratieve akte, bevat als besluit de beslissing tot opname in het register van verwaarloosde gebouwen en woningen. De datum van de administratieve akte geldt als de datum van de vaststelling van de verwaarlozing.
De administratie stelt de houders van het zakelijk recht per beveiligde zending in kennis van de beslissing tot opname van verwaarloosde gebouwen en woningen in het register van verwaarloosde gebouwen en woningen. Deze kennisgeving omvat de administratieve akte met fotodossier en het technisch verslag.
Artikel 3: Verhouding tot andere inventarissen
Een gebouw dat of een woning die in aanmerking komt voor inventarisatie in de zin van hoofdstuk II van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, wordt nooit als een verwaarloosd gebouw of als een verwaarloosde woning beschouwd.
De bedrijfsruimten die op grond van artikel 2, 1°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten worden uitgesloten van de toepassing van voormeld decreet, worden onder de aldaar vermelde voorwaarden evenmin als verwaarloosde gebouwen of woningen in de zin van dit reglement beschouwd.
Een gebouw dat of een woning die door de gemeente geïnventariseerd is als leegstaand, kan eveneens opgenomen worden in het register van verwaarloosde gebouwen en woningen, en omgekeerd.
Woningen die door het Vlaamse Gewest geïnventariseerd zijn als ongeschikt of onbewoonbaar, kunnen eveneens worden opgenomen in het register van verwaarloosde gebouwen en woningen, en omgekeerd.
Artikel 4: Beroep tegen het besluit tot opname in het register van verwaarloosde gebouwen en woningen
§1. Binnen een termijn van dertig dagen, ingaand op de derde werkdag volgend op de datum van verzending van de administratieve akte, of ingaand op de datum van kennisgeving van de administratieve akte, kan een houder van het zakelijk recht bij het college van burgemeester en schepenen beroep aantekenen tegen de administratieve akte met de beslissing tot opname in het register van verwaarloosde gebouwen en woningen. Het beroep wordt per beveiligde zending ingediend. In het geval van indiening per aangetekend schrijven geldt de datum van de poststempel op het verzendingsbewijs als datum van de indiening.
Het beroepschrift wordt gedagtekend en bevat minimaal de volgende gegevens:
Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de houder van het zakelijk recht , voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
De indiener voegt bij het beroepschrift de overtuigingsstukken die hij nodig acht met dien verstande dat de vaststelling van de verwaarlozing betwist kan worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, met uitzondering van de eed. De overtuigingsstukken worden door de indiener gebundeld en op een bijgevoegde inventaris opgenomen.
§2. Het college toetst de ontvankelijkheid van het beroepschrift. Het beroepschrift is alleen onontvankelijk in één van de volgende gevallen:
1° het beroepschrift is te laat ingediend of niet ingediend overeenkomstig de bepalingen van artikel 4, §1, 1e tot en met 3e lid
2° het beroepschrift gaat niet uit van een houder van het zakelijk recht
3° het beroepschrift is niet ondertekend.
Als het college vaststelt dat het beroepschrift onontvankelijk is, deelt ze dat aan de indiener mee met de vermelding dat de procedure als afgehandeld beschouwd wordt.
§3.Het college onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling, of met een feitenonderzoek, dat uitgevoerd wordt door een personeelslid als vermeld in artikel 2.20 Vlaamse Codex Wonen. Het beroep kan ongegrond verklaard worden als de toegang tot het perceel of het pand geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.
Het college doet uitspraak over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, ingaand de dag na ontvangst van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending ter kennis gebracht.
§4. Als het college het beroep gegrond acht, wordt het gebouw of de woning niet opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.
Indien de beslissing tot opname in het register van verwaarloosde gebouwen en woningen niet tijdig betwist wordt, of het beroep van de zakelijk gerechtigde onontvankelijk of ongegrond is, wordt het gebouw of de woning in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen opgenomen vanaf de datum van de vaststelling van de verwaarlozing in de administratieve akte.
Artikel 5: Schrapping uit het register van verwaarloosde woningen en gebouwen
§1. Een gebouw of een woning wordt geschrapt uit het gemeentelijk register verwaarloosde woningen en gebouwen als de houder van het zakelijk recht bewijst dat de zichtbare en storende gebreken en de tekenen van verval, vermeld in artikel 2, §2, werden hersteld of verwijderd. Hiertoe dient de houder van het zakelijk te bewijzen dat het gebouw of de woning geen indicaties van verwaarlozing meer vertoont die op basis van het technisch verslag, vermeld in artikel 2, 9 punten of meer zouden opleveren.
De zichtbare en storende gebreken en de tekenen van verval, vermeld in het eerste lid, zijn in geval van sloop pas verwijderd als alle puin geruimd is.
Een onafgewerkt gebouw of woning wordt geschrapt uit het register van verwaarloosde gebouwen en woningen als de houder van het zakelijk recht bewijst dat het gebouw of de woning winddicht is gemaakt.
De administratie vermeldt als datum van schrapping de datum van (elektronische) aangetekende verzending of afgifte tegen ontvangstbewijs van het gegronde verzoek tot schrapping. De administratie kan hier gemotiveerd van afwijken.
§2. Voor de schrapping uit het register van verwaarloosde gebouwen en woningen richt de houder van het zakelijk recht een gemotiveerd verzoek aan de administratie via beveiligde zending. In het geval van indiening per aangetekend schrijven geldt de datum van de poststempel op het verzendingsbewijs als datum van de indiening.
Als het schrappingsverzoek ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de houder van het zakelijk recht, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
De administratie onderzoekt of er redenen zijn tot schrapping uit het register van verwaarloosde gebouwen en woningen. Zij onderzoekt het verzoek tot schrapping op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling, of met een feitenonderzoek, dat uitgevoerd wordt door een personeelslid als vermeld in artikel 2.20 Vlaamse Codex Wonen. Het verzoek kan ongegrond verklaard worden als de toegang tot een pand geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.
De administratie neemt een beslissing over het verzoek tot schrapping binnen een termijn van negentig dagen, ingaand de dag na de ontvangst van het verzoek. De administratie brengt de verzoeker op de hoogte van haar beslissing met een beveiligde zending.
§3. De administratie kan het gebouw of de woning ambtshalve uit het register van verwaarloosde gebouwen en woningen schrappen, indien zij vaststelt dat aan de voorwaarden voor de schrapping, vermeld in artikel 5, §1 voldaan is.
Artikel 6: Beroep tegen het besluit tot weigering van een schrapping
§1. Binnen een termijn van dertig dagen, ingaand op de derde werkdag volgend op de datum van verzending van de weigering van het verzoek tot schrapping, of ingaand op de datum van kennisgeving van de weigering van het verzoek tot schrapping, kan een houder van het zakelijk recht bij het college van burgemeester en schepenen beroep aantekenen tegen deze weigering. Het beroep wordt per beveiligde zending ingediend. In het geval van indiening per aangetekend schrijven geldt de datum van de poststempel op het verzendingsbewijs als datum van de indiening.
§2. Het college onderzoekt of er redenen zijn tot schrapping uit het register van verwaarloosde gebouwen en woningen. Zij onderzoekt het verzoek tot schrapping op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling, of met een feitenonderzoek, dat uitgevoerd wordt door een personeelslid als vermeld in artikel 2.20 Vlaamse Codex Wonen. Het verzoek kan ongegrond verklaard worden als de toegang tot een pand geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.
Het college doet uitspraak over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, ingaand de dag na ontvangst van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending ter kennis gebracht.
§3. Als het college het beroep gegrond acht, wordt het gebouw of de woning geschrapt uit het register van verwaarloosde gebouwen en woningen met als datum van schrapping de datum van (elektronisch) aangetekende verzending of afgifte tegen ontvangstbewijs van het initiële verzoek tot schrapping. Het college kan hier gemotiveerd van afwijken.
Indien de beslissing tot weigering van het verzoek tot schrapping niet tijdig betwist wordt, of het beroep van de houder van het zakelijk recht ongegrond is, blijft het gebouw of de woning in het register van verwaarloosde gebouwen en woningen opgenomen.
De houder van het zakelijk recht kan tegen een weigering tot schrapping van een gebouw of woning van de gemeentelijke inventaris binnen drie maanden na de betekening van de weigering, beroep aantekenen bij de Rechtbank van Eerste Aanleg Antwerpen, afdeling Mechelen.
3. HEFFING OP VERWAARLOOSDE WONINGEN EN/OF GEBOUWEN
Artikel 7: Belastbare grondslag
§1. Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een jaarlijkse gemeentebelasting, zijnde de heffing op verwaarloosde gebouwen en woningen, gevestigd op de woningen en gebouwen die gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde gebouwen en woningen.
§2. In afwijking van §1 wordt op verwaarloosde gebouwen binnen het kern- en buurtwinkelgebied een heffing op de verwaarloosde gebouwen gevestigd vanaf zes maanden na de opnamedatum van het pand in het gemeentelijk register verwaarloosde gebouwen en woningen.
§3. De belasting voor een verwaarloosde woning of een verwaarloosd gebouw is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat de woning of het gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen.
§4. Zolang het gebouw of de woning niet uit het register van verwaarloosde woningen en gebouwen is geschrapt, blijft de belasting jaarlijks verschuldigd op de verjaardag van de opnamedatum.
§5. Bij de overdracht van het zakelijk recht van een gebouw of een woning geldt de datum van de authentieke overdrachtsakte als aanvangspunt voor het berekenen van de termijnen van twaalf maanden.
Artikel 8: Belastingplichtige
§1. Belastingplichtig is diegene die op het ogenblik van het verschuldigd worden van de heffing op verwaarloosde gebouwen en/of woningen zakelijk gerechtigde is van het verwaarloosde gebouw of de verwaarloosde woning.
§2. Zolang het gebouw of de woning niet uit het register van verwaarloosde gebouwen en woningen is geschrapt, is de zakelijk gerechtigde, vermeld in §1, op de verjaardag van de opnamedatum, de belastingplichtige voor de nieuwe belasting.
§3. Zo er meerdere belastingplichtigen zijn, zijn deze hoofdelijk gehouden tot betaling van de verschuldigde belasting.
§4. In het geval van overdracht van het zakelijk recht, moet de overdrager van het zakelijk recht de verkrijger ervan uiterlijk op het ogenblik van de overdracht van het zakelijk recht in kennis stellen dat de woning of het gebouw is opgenomen in het register van verwaarloosde gebouwen en/of woningen.
Tevens moet hij per beveiligde zending een kopie van de notariële akte bezorgen aan de gemeente, binnen twee maanden na het verlijden van de notariële akte. Deze kopie bevat minstens de volgende gegevens:
De overdrager van het zakelijk recht kan de instrumenterende ambtenaar vragen om dit in zijn plaats te doen.
Bij ontstentenis van deze kennisgeving wordt de overdrager van een zakelijk recht, in afwijking van §1, als belastingschuldige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd.
Artikel 9: Berekening van de heffing op verwaarloosde gebouwen en/of woningen
§1. Het bedrag van de belasting wordt forfaitair vastgesteld op:
§2. Het bedrag van de belasting is gelijk aan het resultaat van de volgende formule: het bedrag van de basisbelasting vermeld onder §1 vermenigvuldigd met een vermenigvuldigingsfactor x, waarbij x gelijk is aan het aantal periodes van twaalf maanden dat de woning en/of het gebouw zonder onderbreking opgenomen is in het gemeentelijke register van verwaarloosde gebouwen en/of woningen.
De factor x mag niet meer bedragen dan 5.
§3. Bij de overdracht van het zakelijk recht van een gebouw of een woning geldt de datum van de authentieke overdrachtsakte als aanvangspunt voor het berekenen van de termijnen van twaalf maanden.
Artikel 10: Vrijstellingen
§1. Van de heffing op verwaarloosde gebouwen en woningen zijn vrijgesteld:
§2. Een vrijstelling wordt verleend indien het gebouw of de woning:
Bovenstaande vrijstellingen kunnen gecombineerd worden, met dien verstande dat er in een periode van tien jaar vanaf de opnamedatum aan eenzelfde houder van het zakelijk recht gedurende maximaal drie jaar een vrijstelling gegeven wordt voor de renovatie van de woning en/of het gebouw, waarbij de problematische situatie ten gronde wordt aangepakt.
Daarnaast dienen de werken ook effectief uitgevoerd te worden. Daarom wordt de vrijstelling verleend in twee schijven van respectievelijk één en maximaal twee jaar.
Renovatiewerken die enkel betrekking hebben op de sloop van een woning of gebouw geven geen aanleiding tot vrijstelling.
7. het voorwerp uitmaakt van een overeenkomst met het oog op renovatie-, verbeterings- of aanpassingswerkzaamheden in de zin van artikel 18, §2, van de Vlaamse Wooncode
8. vervat is in een project dat aangemeld is bij de VMSW via het Projectportaal conform artikel 6 van het besluit van de Vlaamse Regering van 25 oktober 2013 houdende de procedure voor de planning, de programmatie en de realisatie van woonprojecten.
Indien de belastingplichtige de verwaarlozing laat aanhouden omwille van een vreemde oorzaak die de belastingplichtige niet kan worden toegerekend, wordt eveneens een vrijstelling verleend.
Artikel 11: Inkohiering
De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het College van burgemeester en schepenen.
Artikel 12: Bezwaar tegen de aanslag
§1. De belastingschuldige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het College overeenkomstig de bepalingen van artikel 9 van het Decreet van 30 mei 2008.
Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de 3de werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag. Van het bezwaarschrift wordt binnen vijftien dagen na de indiening ervan een ontvangstmelding afgegeven.
§2. Het bezwaarschrift wordt behandeld in overeenstemming met het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
4. SLOTBEPALINGEN
Artikel 13
De panden die op heden reeds zijn opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde gebouwen en woningen, blijven opgenomen in het register van verwaarloosde gebouwen en woningen op de datum van de administratieve akte.
Artikel 14
Dit reglement wordt bekendgemaakt via de gemeentelijke webtoepassing.