Op 17 december 2019 keurde de gemeenteraad het belastingreglement tweede verblijven goed voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025.
Het reglement wordt hernieuwd voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2032. Deze periode stemt overeen met de verdere duurtijd van de huidige legislatuur met twee extra jaren om de continuïteit te verzekeren.
Het verwerven van inkomsten via belastingen is noodzakelijk om de algemene uitgaven van de gemeente te financieren.
Het bestaan en het gebruik van woon- of verblijfsentiteiten waar niemand is ingeschreven in het bevolkingsregister geeft aanleiding tot kosten die door de gemeente worden gedragen betreffende investeringen in onder andere openbaar domein, openbare dienstverlening, veiligheid en administratie. De gebruikers van tweede verblijven, zijnde de eigenaar, huurder of een andere gebruiker, halen voor die woon- of verblijfsentiteiten wel voordeel uit de gemeentelijke dienstverlening, doch dragen er niet fiscaal toe bij, zodat het redelijk verantwoord is dat ook voor tweede verblijven een billijke bijdrage wordt geleverd en dat op de tweede verblijven een belasting wordt geheven.
Het beschermen van het wonen voor eigen inwoners is een belangrijk uitgangspunt. De gemeente wenst een boeiend en coherent sociaal leven te behouden en niet geconfronteerd te worden met woningen die langere tijd onbewoond zijn.
Artikel 41, 162 en 170, §4 van de Grondwet
Het decreet van 20 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen
De omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit
De gemeenteraad besluit voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2032 een jaarlijkse belasting te heffen op tweede verblijven die gelegen zijn op het grondgebied van de gemeente Heist-op-den-Berg.
Als tweede verblijf wordt beschouwd elke woon- of verblijfsgelegenheid, waarvoor niemand is ingeschreven in de bevolkingsregisters of het vreemdelingenregister op 1 januari van het aanslagjaar.
Een tweede verblijf kan zowel een residentiele woning voor occasioneel gebruik zijn, als een recreatief verblijf.
Worden als tweede verblijf beschouwd:
Worden niet al tweede verblijf beschouwd:
De belasting wordt vastgesteld op 1.300 euro per tweede verblijf en is ondeelbaar en voor het hele jaar verschuldigd.
De belasting is verschuldigd voor alle woongelegenheden die op 1 januari van het aanslagjaar gebruikt worden als tweede verblijf. Dit wil zeggen dat de belasting ineens én voor het hele aanslagjaar verschuldigd is, ongeacht of de woning zonder inschrijving in de loop van het aanslagjaar zijn belastbare grondslag verliest of de eigenaar ervan verandert.
De belasting is verschuldigd door de houder van één van de hierna vermelde zakelijke rechten op het betreffende verblijf op 1 januari van het aanslagjaar:
In geval meerdere personen houder zijn van het zakelijk recht wordt de belasting uitgesplitst volgens het aandeel van elke belastingplichtige in de eigendom. Elke mede-eigenaar is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de algehele belasting.
De belastingplicht geldt, ongeacht het feit of de belastingplichtige al dan niet is ingeschreven in de bevolkingsregisters van de gemeente.
De belastingplichtige moet jaarlijks ten laatste op 31 maart van het aanslagjaar een aangifte indienen bij het gemeentebestuur op een door het gemeentebestuur ter beschikking gesteld formulier en voorzien van de nodige bewijsstukken. Een belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft gekregen, moet daar zelf om verzoeken.
De aangifte blijft geldig zolang deze niet wordt herroepen door de belastingplichtige, tot maximaal de eindtermijn van dit reglement.
Als er geen, geen juiste of geen volledige aangifte is gedaan voor de aangiftedatum, vermeld in artikel 5 §1, wordt de belasting ambtshalve gevestigd op basis van de gegevens waarover de gemeente beschikt, overeenkomstig de bepalingen van artikel 7 van het Decreet van 30 mei 2008.
Aangiftes worden schriftelijk ingediend via één van de volgende kanalen:
Andere vormen van doorsturen zoals fax of elektronische toezending naar andere mailboxen van de gemeente Heist-op-den-Berg zijn niet geldig.
De belasting wordt ingevorderd door middel van een belastingkohier, opgemaakt en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
De belasting moet betaald worden binnen de twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
De belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger, die meent ten onrechte te zijn belast, kan een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van artikel 9 van het Decreet van 30 mei 2008.
Het bezwaarschrift dient schriftelijk te worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd te zijn en op straffe van verval te worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet, of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Het reglement treedt in voege op 1 januari 2026 en vervangt alle voorgaande reglementen inzake dezelfde materie.
Dit reglement wordt bekendgemaakt via de gemeentelijke webtoepassing.