Op 17 december 2019 keurde de gemeenteraad het belastingreglement aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting (APB) goed voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025.
Het reglement wordt hernieuwd voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2032. Deze periode stemt overeen met de verdere duurtijd van de huidige legislatuur met twee extra jaren om de continuïteit te verzekeren.
Het verwerven van inkomsten via belastingen is noodzakelijk om de algemene uitgaven van de gemeente te financieren.
De belasting blijft ongewijzigd ten opzichte van de voorgaande jaren.
Artikel 41, 162 en 170, §4 van de Grondwet
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzingen
De artikelen 464 tot en met 470/2 van het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992
De omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit
De gemeenteraad besluit voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2032 een aanvullende belasting te vestigen ten laste van de rijksinwoners die belastbaar zijn in de gemeente op 1 januari van het aanslagjaar.
De belasting wordt vastgesteld op 7,5% van de overeenkomstig artikel 466 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 berekende grondslag voor hetzelfde aanslagjaar. Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het aan het aanslagjaar voorafgaande jaar.
De vestiging en de inning van de gemeentelijke belasting zullen door het toedoen van het bestuur der directe belastingen geschieden, zoals bepaald in artikel 466 en volgende van het Wetboek van de inkomstenbelastingen.
Dit reglement wordt bekendgemaakt via de gemeentelijke webtoepassing.